Omdat de lucht strak stond van de wind boven de Nieuwe Maas, besloot Noor dat ze beter een fiets kon huren dan te voet naar Kralingen te ploeteren.
Bij een klein verhuurstalletje naast station Blaak, waar de oranje frames in een rij stonden te glimmen, vroeg ze of er nog eentje over was.
"Normaal zijn we om deze tijd leeg," zei de verhuurder nors, "maar omdat de marathon de stad op z’n kop zet, heb ik net een e-bike teruggekregen."
Ze scande haar OV-chipkaart, tikte de borg via een Tikkie over, en kreeg een sleutel met een versleten kurkballetje eraan, wat meteen vertrouwd aanvoelde.
Zodra ze optrok, merkte ze dat het zadel wiebelde, maar ach, als je wind mee hebt, zeur je niet.
Rotterdam vloog voorbij: de Markthal rook naar warme stroopwafels, het water onder de Erasmusbrug klotste ongeduldig, en de tijd tikte sneller dan haar huurperiode toeliet.
Halverwege sprong de ketting eraf, juist toen het licht op groen sprong, en ze stond even met de handen in het haar totdat een voorbijganger met zwarte olievingers glimlachend zei dat dit met twee tikjes gefikst was.
Dankbaar, en inmiddels bezweet onder haar regenjas hoewel het niet regende, trapte ze door, omdat oma wachtte met erwtensoep die, zoals altijd, beter werd naarmate hij afkoelde.
Terug bij het stalletje, vijf minuten over tijd en klaar voor een berisping, begon ze zich te verontschuldigen, maar de verhuurder wuifde het weg: "Als puntje bij paaltje komt, is niemand vandaag op tijd."
Hij boekte de laatste tien minuten weg als service, gaf haar een kortingscode voor de volgende keer, en knikte naar het wiebelzadel: "Volgende keer zet ik 'm vast met een extra boutje."
Noor liep richting metro, haar benen nog licht trillend, en dacht dat ze, ondanks de tegenwind en die eigenwijze ketting, voor geen goud met de auto was gegaan.