Het is zaterdag in mijn buurt.
Ik help in het buurthuis als vrijwilliger.
Mevrouw Bakker komt binnen met een zware tas.
Ik draag de tas voor haar.
We schenken thee en soep voor de buurt.
Iedereen zegt hoi en lacht.
De kinderen maken kaarten voor de ouderen.
Buiten vegen we het plein schoon.
Samen rapen we blikjes en plastic op.
Meneer De Vries bedankt ons en geeft een appel.
Aan het eind drinken we samen warme chocomel.
Ik ben moe, maar het voelt goed en gezellig.