Het is zaterdagochtend in Utrecht.
Sara loopt naar de fietsverhuur bij het station.
Ze wil voor één dag een fiets huren.
Bij de balie vraagt de medewerker om haar legitimatie en borg.
Sara betaalt en krijgt een stevig slot, een stadskaart en een omafiets met bel.
"Er komt misschien regen," zegt hij.
Sara knikt en neemt een poncho mee.
Ze fietst langs de grachten, over bruggen, en stopt op de markt voor een stroopwafel.
Even later raakt ze bijna de weg kwijt, maar volgt de blauwe borden terug naar het centrum.
Tegen de middag brengt ze de fiets op tijd terug.
De medewerker glimlacht, geeft de borg terug en zegt: "Tot de volgende keer!"
Een fiets huren voelt al een beetje als hier wonen.